Een strookje Blonde

Breedte van het strookje: 8 cm. Lengte rapport: 2,5 cm.
Breedte bloemmotief: 8 cm. Lengte: 18 cm.

Blonde  is een 19e-eeuwse kantsoort, die erg populair was in de toenmalige damesmode. De tijd dat de heren zich ook overdadig met kant tooiden, was toen voorbij.
De lange rokken van de japonnen werden vaak met drie stroken kant boven elkaar versierd. Deze zogenaamde “tournures” hadden verschillende breedtes, maar pasten qua ontwerpen wel helemaal bij elkaar. Ook kragen, sluiers en sjaals zijn in grote getale in deze fijne soort vervaardigd en adellijke en hooggeplaatste dames lieten zich graag met deze pronkstukken portretteren.
De Blonde dankt haar naam aan het materiaal, waarmee het geklost werd: namelijk naturelkleurige zijde.

Een strookje Blonde

Een strookje Blonde

Een strookje Blonde - detail

Een strookje Blonde – detail

Wat de techniek betreft hoort deze soort bij de tulekanten: een kant met doorlopende draden met een grond in tuleslag. De draden, die voor deze grond zijn gebruikt, zijn zeer fijn. Daarom lijkt het op schilderijen en foto’s vaak alsof de motieven los liggen: de fijne tule valt niet op. Dit effect wordt nog versterkt doordat de motieven in linnenslag met een extra dikke draad als looppaar worden geklost. Deze loopdraad bestaat uit een flossig garen (weinig gedraaid). De motieven – meestal floraal – worden door een contourdraad omgeven, zoals bij iedere tulekant. Er zijn dus voor een Blonde 3 verschillende garens nodig: een fijne soort voor alle lengteparen, een contourdraad en een flossige draad voor de loopparen van de motieven.

In de loop van de 19e eeuw komen er vaker ook kleine delen in halve slag in de motieven voor. Dit is te zien in het stukje met de grote bloem.
Dit laatste stukje heeft geen afgewerkte randen. Dergelijke stroken werden aan de meter geklost en later aan elkaar gezet met de Point de Raccroc. Met 2 naalden met de dunne zijde naaide men deze stroken aan elkaar tot grotere stukken voor sjaals en sluiers. De Point de Raccroc imiteert de tuleslag.