Een sjaal van Applicatiekant

Breedte: 45 cm.
Lengte: 220 cm.

Een sjaal van Applicatiekant

Een sjaal van Applicatiekant

Dit luchtige mode-accessoire van 2.20 m. lang en 45 cm. breed uit mijn kantbezit, is zeker niet gedacht als een warme wintersjaal, maar meer als een frivoolvoorwerp om op zomeravonden mee te dansen of te flaneren. Tijdens het bal of in de zachte bries waaide de lichte kant bevallig achter de draagster aan.
De gekloste bloemen en bladeren vormen boeketten en ook randen, die de afwerking van de sjaal vormen. Ze zijn geklost in een techniek van kanten in delen en zijn in dit stuk geappliqueerd op een machinaal vervaardigde tule. Deze tule loopt achter de dichte delen van de bloemen en bladeren door. Alleen bij de open stukken werden delen weggeknipt, waardoor het ajour beter tot zijn recht kwam.

Een sjaal van Applicatiekant - detail 1

Een sjaal van Applicatiekant – detail 1

Een sjaal van Applicatiekant - detail 2

Een sjaal van Applicatiekant – detail 2

In het begin van de 19e eeuw zijn de eerste machines ontstaan die deze tule konden maken. Daardoor werden de kanten veel voordeliger en dus ook betaalbaar voor de gegoede burgerij. Voor de tijd van de fabrieksmatig gefabriceerde tule werd de Application de Bruxelles op een handgekloste grond – de fond drochel – genaaid. Deze was aanmerkelijk duurder en bleef voor de adel en andere rijke dames zeker favoriet. De Application de Bruxelles en de geappliqueerde kant op machinale tule bleven naast elkaar bestaan.

Een strookje Blonde

Breedte van het strookje: 8 cm. Lengte rapport: 2,5 cm.
Breedte bloemmotief: 8 cm. Lengte: 18 cm.

Blonde  is een 19e-eeuwse kantsoort, die erg populair was in de toenmalige damesmode. De tijd dat de heren zich ook overdadig met kant tooiden, was toen voorbij.
De lange rokken van de japonnen werden vaak met drie stroken kant boven elkaar versierd. Deze zogenaamde “tournures” hadden verschillende breedtes, maar pasten qua ontwerpen wel helemaal bij elkaar. Ook kragen, sluiers en sjaals zijn in grote getale in deze fijne soort vervaardigd en adellijke en hooggeplaatste dames lieten zich graag met deze pronkstukken portretteren.
De Blonde dankt haar naam aan het materiaal, waarmee het geklost werd: namelijk naturelkleurige zijde.

Een strookje Blonde

Een strookje Blonde

Een strookje Blonde - detail

Een strookje Blonde – detail

Wat de techniek betreft hoort deze soort bij de tulekanten: een kant met doorlopende draden met een grond in tuleslag. De draden, die voor deze grond zijn gebruikt, zijn zeer fijn. Daarom lijkt het op schilderijen en foto’s vaak alsof de motieven los liggen: de fijne tule valt niet op. Dit effect wordt nog versterkt doordat de motieven in linnenslag met een extra dikke draad als looppaar worden geklost. Deze loopdraad bestaat uit een flossig garen (weinig gedraaid). De motieven – meestal floraal – worden door een contourdraad omgeven, zoals bij iedere tulekant. Er zijn dus voor een Blonde 3 verschillende garens nodig: een fijne soort voor alle lengteparen, een contourdraad en een flossige draad voor de loopparen van de motieven.

In de loop van de 19e eeuw komen er vaker ook kleine delen in halve slag in de motieven voor. Dit is te zien in het stukje met de grote bloem.
Dit laatste stukje heeft geen afgewerkte randen. Dergelijke stroken werden aan de meter geklost en later aan elkaar gezet met de Point de Raccroc. Met 2 naalden met de dunne zijde naaide men deze stroken aan elkaar tot grotere stukken voor sjaals en sluiers. De Point de Raccroc imiteert de tuleslag.