Kussensloopje

Afmetingen: 34 x 47 cm. zonder kantje.

Kussensloopje

Kussensloopje

Het kussensloopje op deze foto is gemaakt van zeer fijne linnenbatist en versierd met Frans witborduurwerk. Om schaduwwerking te krijgen zijn delen van de bloemblaadjes met Perzisch ajour opengewerkt. De ingezette stukken zijn gemaakt in de naaldkanttechniek. Het middenmotief heeft een soort “pareltjes”.

Kussensloopje - detail

Kussensloopje – detail

Het sloopje is rondom afgewerkt met een Clunykantje, dat zeer waarschijnlijk machinaal vervaardigd is. De vormslagen zien er niet handgemaakt uit en de netslag heeft verticale draden in plaats van horizontale; dat is een kenmerk van machinale kant.

Ronde strook kanten patchwork

Afmetingen:
randbreedte: 15,5 cm
doorsnede cirkel: 50 cm.

In mijn verzameling bevindt zich ook de ronde strook op bijgaande foto.Waarvoor deze strook ooit met veel geduld vervaardigd is, blijft voor mij tot nu toe een raadsel.

Ronde strook kanten patchwork

Ronde strook kanten patchwork

Aan de buitenkant is onder het aangezette kantje nog te zien dat hier een stof aangenaaid is geweest; dat wijst dus op een groter geheel. Het is niet duidelijk of er ook in het midden stof heeft gezeten. En waarom is de rand doorgeknipt?

De ronde rand is opgebouwd uit segmenten, afgewisseld met straalsgewijs lopende baantjes.Dit is niet regelmatig gedaan, want af en toe lopen er twee kantjes naast elkaar. De segmenten zijn opgebouwd uit stukjes kant van allerlei soorten en breedtes.

Ronde strook kanten patchwork - detail

Ronde strook kanten patchwork – detail

Er zijn de volgende kantsoorten in dit stuk te vinden: éternelles, Valenciennes in zeer fijne en wat grovere uitvoeringen en diverse breedtes, tule, enkele Vlaanderse en Parijse kantjes. Ook een tamelijk grove kant met een tulegrond en sporadische een contourdraad om een motief.

Het lijkt het werk van een spaarzame huisvrouw, die voor al haar restanten een bestemming heeft gezocht en waaraan zij vele uurtjes heeft gewerkt.

Fichu in Chantilly-kloskant

Een Fichu is een hoofd- of halsdoek voor vrouwen en werd vooral in de 19e eeuw veel gedragen. Men ging immers niet blootshoofds naar buiten. Ze waren vaak driehoekig van vorm met een iets ronde langste zijde. Met haarspelden werden zij in het – opgestoken – haar vastgezet.
Mijn exemplaar heeft meer de vorm van een langgerekte ruit en werd in het midden op het hoofd vastgespeld en teruggeslagen. Hier zien we dan ook beschadigingen. Ook als halsdoek werd zo’n fichu dubbel gedragen, waarbij altijd het onderliggende deel onder het bovenste uit kwam.

Fichu in Chantilly-kloskant

Fichu in Chantilly-kloskant

Chantilly is een kant in de techniek met doorlopende draden. Dat zou betekenen dat er voor de breedte van 100 cm. van mijn fichu heel veel paren klossen nodig waren. En er zijn veel grote stukken vervaardigd, zoals waaiers, shawls,  parasols, mantilla’s en lange capes die de dames over de in de mode zijnde crinolines droegen.

Deze grotere stukken werden in banen van enkele centimeters breed geklost en later “onzichtbaar” aan elkaar gezet met de Point de Raccroc. Deze Point de Raccroc imiteert de slag van de grond en wordt met 2 naainaalden gewerkt door de grond en langs de motieven. Het wordt zo goed gedaan dat het niet zichtbaar is, alleen laat het garen door het gebruik soms los en zien we een open spleet, zie detailfoto. De kant is hier niet kapot, maar wel de verbinding tussen de 2 banen.

Fichu in Chantilly-kloskant - detail 1

Fichu in Chantilly-kloskant – detail 1

Fichu in Chantilly-kloskant - detail 2

Fichu in Chantilly-kloskant – detail 2

Deze kantsoort werd en wordt geklost met zijdegaren en is meestal zwart, maar komt ook in een witte variant voor. De grond is gemaakt in een tuleslag en de motieven, die omgeven zijn door een contourdraad, zijn geklost in halve slag. Om een plastische werking in de veelal bloemmotieven te krijgen, werd de loopdraad in enkele delen verdubbeld. Dit gaf een mooie schaduwwerking.

Chantilly-kloskant kwam aanvankelijk uit de stad Chantilly ten noorden van Parijs, maar de productie is daar helemaal verdwenen. Zij komt later veel uit Bayeux in Normandië (Frankrijk) en het Belgische Geraardsbergen.

Strook in Guipure du Puy-kloskant

Breedte van de strook: 30 cm.
Rapportlengte: 11 cm.

In de stad Le Puy-en-Velay in de Franse Auvergne (Massif Central) worden veel soorten kant gemaakt, net zoals in de omliggende stadjes en dorpjes.
In het ruige landschap met strenge winters zaten de kantklossters ’s avonds vaak bij elkaar in één verwarmde ruimte om hun kanten te maken en liedjes te zingen.

De Guipure du Puy, een kant met doorlopende draden, is er daar één van.
Deze soort is verwant aan de Clunykanten met veel vlechten, vormslagblaadjes en verbindingen. Linnenslagen en halve slagen vormen de motieven. Er is geen vast raster: voor iedere grond wordt een passend raster gebruikt. Dat zijn er in deze strook 2: langs de zelfkant een breed stuk met vlechten en gedraaide paren en in de ronde medaillons een tule.

Strook in Guipure du Puy-kloskant

Strook in Guipure du Puy-kloskant

Deze tulegrond komt in veel van deze kanten voor. Er zijn vaak bloemmotieven in deze grond geplaatst en zoals in de techniek van de tulekanten gebruikelijk is, zijn deze bloemen omgeven door een contourdraad.
Langs de licht gegolfde onderkant zien we een soort korenaren met vormslagblaadjes. Ook dit patroon komt in deze soort vaak voor.
Het gebruikte garen voor deze strook is zwarte zijde, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn, witte kanten komen ook voor. Zijdegaren is relatief zwaar; de kant valt daardoor mooi naar beneden.
Langs de zelfkant is een extra geklost randje genaaid; dit deed men meestal om de kant te beschermen. Door het voortdurend aannaaien aan kleding sleet de rand sneller. Het versleten randje kon dan vervangen voor een nieuw exemplaar.

Toen ik deze strook kocht – de lengte is meer dan 4 m. – was het een gesloten ring met de zelfkanten tegen elkaar genaaid en gerimpeld in de 2 bochten. Het geheel was niet plat. Op de verbindingsnaad waren banden met zwarte gitkraaltjes en pailletten genaaid. Waarvoor het heeft gediend heb ik niet kunnen achterhalen. Omdat er een soort schimmel in kwam, heb ik deze vorm uit elkaar gehaald en de kant gewassen.

Kraag in Maltezer kloskant

De eilanden Malta en Gozo hebben lange tijd onderdeel uitgemaakt van verschillende Europese naties. Het kantklossen werd geïntroduceerd van uit Genua. Tijdens het bewind van het Britse Koninkrijk onderging de kantindustrie onder leiding van Lady Hamilton Chichester een heropleving. Het is dus niet verwonderlijk dat de gebruikte techniek aan de Engelse Bedfordshirekant doet denken.

Het eigene van de Maltezer kant is het gebruik van zijden garens in naturelkleur en de typische motieven zoals ster, zon en bloem en vooral het Maltezerkruis: een 4-armige ster met 8 punten. Deze 4 motieven worden vaak in een cirkelvormige omranding van hele slagen geplaatst.

De openingen tussen de motieven worden gevuld met gronden op verschillende rasters. Eén van die gronden is de Engelse slag ( English Stitch) en een zeer opvallende is een grond van enkel ovale vormslagen: deze blaadjes zijn uitzonderlijk breed. De relatief lange draden in deze vormslagen doen de glans van het zijden garen goed uit komen. De blaadjes vormen een zeer dicht geheel.

Uit mijn eigen kantverzameling komt de kraag op bijgaande foto.

Maltezer kraag

Maltezer kraag

Maltezer kraag - detail

Maltezer kraag – detail

In het ruggedeelte zien we 4 maal het Maltezerkruis in een cirkel, omgeven door een dichte grond van vormslagen.

De kraag is samengesteld uit tenminste 2 apart gekloste delen, die met overhandse steken aan elkaar zijn gezet. Deze naad loopt ook door de dichte linnenslagbloemen in de voorste slippen.

Tegenwoordig wordt deze werkwijze ook voor kleinere stukken gebruikt. Helaas worden veel minderwaardige stukken aan de toeristen verkocht. De kantklossters op Malta en Gozo werken op straat op hun typische sigaarvormige kussens en nemen als garen nu rayon. De glans hiervan is veel harder dan het oorspronkelijke zijden materiaal.

Strook Duchesse de Bruxelles

Lengte per rapport: 9 cm.
Breedte: 8 cm.

Duchesse is een kantsoort in delen gewerkt, ook wel genoemd: met afgeknipte draden.Ieder motiefje wordt apart geklost en met vullingen, hier vlechten met picots, aan de andere delen verbonden. Langs de buitenkanten van de motiefjes loopt een rand met wisselende loopparen en net daarbinnen een dikkere draad, de contourdraad. Kenmerkend is ook het reliëf dat bij de veerachtige bladeren goed te zien is en de opgelegde reliëfranken in het midden van de slingerlijnen.
Een stuk Duchessekant krijgt de toevoeging “de Bruxelles” als er delen in naaldkant zijn uitgevoerd. Dat zijn hier de roosvormige bloemen, die qua stijl veel naturalistischer zijn dan de kloskant bloemetjes. De bovenkant heeft een afsluiting van een eenvoudig linnenslagbandje met nog extra een bandje met “leerkens”. Met dit 2e bandje werd de kostbare kant aan de kleding vastgezet, een deel van de stof is nog zichtbaar.

Strook Duchesse de Bruxelles

Strook Duchesse de Bruxelles

Strook Duchesse de Bruxelles - detail

Strook Duchesse de Bruxelles – detail

Bij het bestuderen van de gehele strook valt op dat de onderdelen van ieder rapport niet gelijk zijn. Soms is het garen, vooral de contourdraad, dikker en de hand van werken ook niet overal het zelfde. Waarschijnlijk werden de losse onderdelen bij verschillende kantklossters ingekocht en door een andere persoon aan elkaar gezet. In het grotere viel dat toch niet op, maar “onder de loep” is dat goed te zien.

Een impressie van mijn werk

Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van werkstukken van mijn hand.